U bent hier  » Reizen » Roemenie 2000 » Donaudelta

Donaudelta

Overleven in het oerwoud van Europa

 

 

De Donaudelta is het laatste stukje oerwoud van Europa. Sinds tien jaar is het Roemeense watergebied een beschermd reservaat. Althans, in theorie. In de praktijk blijkt natuurbeschermen in een land als Roemenië niet eenvoudig. De bewoners van de ‘aars van Europa’ kopen niks voor zeldzame vogels, maar willen brood op de plank. Bericht uit de Donaudelta, het drassige toneel van strijdende belangen.

De Donaudelta omvat 5800 km², waarvan een kleine twintig procent op Oekraïens grondgebied. Ter vergelijking; ruim tachtig keer de Biesbosch. Het geïsoleerde gebied aan de uiterste rand van Europa vormt een doolhof van waterwegen, moerassen, rietland, zandplaten, meren en oerbossen met een unieke verscheidenheid aan flora en fauna. Er leven slangen, otters, everzwijnen, wolven, wasberen, wilde katten en zeldzame vogels als bijeneters, woudaapjes, kraanvogels en zeearenden. Ook nestelt in de Delta Dunării de laatste pelikanenkolonie van Europa.

Eveneens een bijzondere mengelmoes vormen de vijftienduizend deltabewoners; autochtone Roemenen, Oekraïners, Grieken, Bulgaren en Lipovenen, nazaten van Russische vluchtelingen. Ze leven verdeeld over zevenentwintig dorpjes en een stadje, de meeste zijn alleen per boot te bereiken. Gemotoriseerd verkeer is er nauwelijks, vervoer gaat per roeiboot, houten kajak en paard en wagen.

De Donaudelta is één van de armste gebieden van Roemenië. De deltabewoners zijn in grote mate afhankelijk van visvangst, jacht en landbouw. Sinds het gebied in 1990 een beschermd natuurgebied werd onder het toeziend oog van de Danube Delta Biosphere Reserve Authority (DDBRA) is overleven er nog moeilijker op geworden. Langzaamaan loopt het gebied dan ook leeg.

Voor ‘89 hadden de deltabewoners minder reden tot klagen. In de jaren tachtig liet president Nicolai Ceauşescu grote delen droogleggen, ten behoeve van intensieve visserij en landbouw. Hierdoor ging het in de delta economisch redelijk voor de wind, maar ecologisch liepen Ceauşescu’s maatregelen uit op een ramp. Direct na de revolutie van 1989 greep de overheid in met de oprichting van de DDBRA. De UNESCO plaatste het gebied op haar erfgoedlijst en verschillende organisaties adopteerden het gebied, waaronder Rijkswaterstaat en Nationaal Park de Biesbosch (zie kader).

Sinds de DDBRA over de delta waakt, zijn tal van controlerende maatregelen van kracht om flora en fauna te beschermen.Waar vroeger onbeperkt kon worden gevist en gejaagd, werden restricties ingevoerd. Ook landbouw werd op veel plaatsen aan banden gelegd. De deltabewoners kregen er compenserende voorrechten voor terug, zoals lagere belasting, korting op gas, licht en ferryvervoer. Maar dit is lang niet afdoende, stelt Vasile, een visser in Sfântu Gheorghe. Op een boot in de haven van het rustieke dorpje nuttigt de wat aangeschoten Roemeen met collega’s de lunch; vissoep met aardappelen en zelfgestookte wodka. ‘Tijdens Ceauşescu konden we onbeperkt vissen en hoefden we ons geen zorgen te maken of we ’s avonds wel te eten hadden’, zegt hij. ‘Nu mogen we veel minder vangen, vaak niet voldoende om van te leven.’

Tegelijk met de oprichting van de DDBRA werd de eco-politie in het leven geroepen. De visser lacht als het woord valt. ‘Natuurlijk wordt er veel illegaal gevist’, zegt hij, ‘we moeten toch eten. In theorie leven we dan misschien in een beschermd gebied, de praktijk is anders.’ Hij wijst op twee Griekse mannen met jachtgeweren, vergezeld van een jachthond en twee Roemeense dames op naaldhakken, die net met de veerboot zijn aangekomen. ‘Het jachtseizoen is gesloten, maar zij hebben een permissie gekocht van de overheid. Ze kunnen zoveel zwijnen en fazanten schieten als ze willen. De staat knijpt een oogje dicht. Uit eigen belang. Dat is Roemenië.’

Ook van deltatoeristen wordt verwacht dat ze zich aan bepaalde regels houden. Achttien gebieden, vijftigduizend hectare, zijn verklaard tot strictly protected areas en afgezet met bufferzones; verboden voor vissers, jagers én toeristen. Maar wie toch naar één van deze gebieden wil, zoals het eeuwenoude Letea-eikenbos, zal niet al teveel moeite ondervinden om een bootje te regelen. Met toerisme valt tenminste nog iets te verdienen, dus als de toerist - vaak een westerling - naar het bos wil; nici o problemă. Officieel moet iedere toerist een speciale pas kopen om door de delta te reizen, maar ook dit wordt niet zo nauw genomen.

‘Een pas?’, de bestuurder van een motorbootje in Tulcea lacht hard. ‘Wat moet je daarmee? Ik breng je overal heen.’ De industriestad Tulcea, met zo’n honderdduizend inwoners, is de poort van de delta. Hijskranen, zeeschepen en ferry’s bepalen het gezicht van de haven. Langs het water loopt een autovrije boulevard met terrassen. De aftandse communistische flatblokken aan de promenade contrasteren met het hypermoderne spiegelgebouw van de DDBRA.

Vanuit Tulcea bevaren staatsferry's de drie delta-armen, braţuls; Braţul Sfântu Gheorghe, Braţul Sulina en Braţul Chilia Veche, allen uitmondend in de Zwarte Zee. Braţul Sulina is de meest bevaren arm. Om de dag vaart er een veerboot naar het gelijknamige stadje. De eerste halte richting Sulina is het gehucht Partizani. Hier kapseisde in 1991 het Griekse vrachtschip Rostock. Jarenlang blokkeerde het schip de doorgang, tot het kanaal enkele jaren geleden rondom het wrak werd uitgegraven. De Rostock ligt er nog steeds en steekt nog net boven het water uit.

De Rostock is slechts één van de vele ‘incidenten’ in de Donaudelta. Erger waren de milieurampen die het gebied troffen. In de stad Baia Mare kwam in januari 2000 bij een goudmijn een grote hoeveelheid cyanide vrij. De uiterst giftige afvalstof belandde in de Tisza-rivier en stroomde voor een deel via de Donaudelta, ‘de aars van Europa’, de zee in. Het gevolg: tonnen doden vis. Begin dit jaar stroomde er weer gif uit een goudmijn. ‘Ach, ongelukjes’, zegt Doriuk, een 45-jarige visser uit Tulcea onderweg naar visafslag Gorgova, ‘we zijn er inmiddels aan gewend.’

Doriuk, zwart lang haar en verweerde bruine kop, reisde jarenlang de wereld af met de befaamde Roemeense vissersvloot. Sinds de vloot na de revolutie werd opgeheven vist hij - nog steeds in overheidsdienst - in de Donaudelta op karper en steur, de parel van de delta. De laatste jaren zag hij de visstand dramatisch teruglopen. ‘Vroeger kon je zoveel vangen als je wilde. Maar kijk naar dit water, het is roestbruin. We vangen tegenwoordig net zoveel dode als levende vis. Waardeloos, niet geschikt voor consumptie.’

Veel hoop op verbetering heeft de Roemeen niet. Hoewel zijn land in zijn streven naar toetreding tot de EU zich moet conformeren aan strenge milieueisen, is milieu onder Roemenen geen item; een erfenis van het communisme. ‘Natuurbescherming was nooit een issue, we zijn er niet mee groot gebracht’, aldus de visser. ‘De meesten hebben bovendien wel wat anders aan ons hoofd. Milieu is een luxeprobleem.’

Maar vervuild of niet, Doriuk houdt van de delta - ‘het mooiste gebied ter wereld’ - en zou er voor geen goud weg willen. ‘Elke dag geniet ik van de rust en de natuur.’ Zijn salaris bedraagt zo’n honderdvijftig gulden. Nee, om rijk te worden moet je niet gaan vissen lacht hij. Tenzij je het clandestien doet. De laatste jaren signaleert de Roemeen steeds meer maffiose visbedrijven. Ze trekken met dure kotters op naar de delta en hebben lak aan de regels. ‘Vaak kopen ze een deel van de delta op. Sommigen vissen met napalm, dynamiet, zelfs elektriciteitskabels. In een straal van honderd meter komen tonnen vis dood boven drijven, die weer de handel in gaan. De lokale vissers hebben het nakijken.’

Eindpunt van braţul Sulina is het gelijknamige stadje, dat alleen per boot te bereiken is. Hier woont éénderde van de deltabevolking. De boulevard van Sulina ademt de sfeer van vergane glorie. Oude villa’s staan leeg, net als de bioscoop, Hotel Europolis en het bordeel Intim. De haven van Sulina is het morsige decor van zwerfhonden en weggeroeste hijskranen en schepen.

Ooit was Sulina een kosmopolitische havenstad met veertigduizend inwoners. Tegenwoordig wonen er nog net vijfduizend. Sinds de revolutie is het stadje snel leeggelopen. Decennia lang boden een florerende scheepswerf en visconservenfabriek aan duizenden mensen werk, maar na ‘89 werden deze staatsbedrijven geprivatiseerd en ging het bergafwaarts. De opening van het Donau-Zwarte Zee-kanaal bij Constanta in 1992 vormde de genadeklap. Sindsdien doen nog nauwelijks schepen het Sulina-kanaal aan.

Sulina haalde in 1988 de internationale pers nadat de sovjet-Mir er een lekkende kernafvaldump ontdekte. Onder internationale druk werd Ceauşescu gedwongen de dump te ruimen. Het leek nog wel de ideale plek, aan de vergeten rand van Europa. Waar ooit het afval lag, is nu een kale vlakte waar vee graast, tussen vuilnis en oude oorlogsbunkers. Binnen een paar jaar moeten hier luxe hotels verrijzen. Sulina lijkt vastbesloten haar toeristische potentie te benutten; de enige manier om de neergang te stuiten. Het stadje heeft alle ingrediënten in huis; zon, zee en (dertig kilometer) strand en bovendien een uniek natuurgebied voor de eco-toerist. Er werden de laatste jaren plantenbakken en wegwijzers geplaatst, straten werden verhard en verlicht en er zijn zowaar vuilnisbakken neergezet. De maatregelen lijken succes te hebben. De toeristenstroom groeit, zij het heel langzaam.

In Chilia Veche, een uitgestrekt spookdorp aan de Braţul Chilia, de grens met de Oekraïne, kan men alleen maar dromen van toeristen. Het geïsoleerde dorp is niet gewend aan buitenlanders; niet-Roemenen kunnen rekenen op een achterdochtige ontvangst van de grenspolitie. Lange tijd was Chilia Veche een florerend visoord. Tot Ceauşescu er enkele eilanden liet indijken om er landbouwgrond van te maken. Het desastreuze gevolg: de vis verdween, de vogels kwamen. De vis-inkomsten droogden op en de bewoners trokken massaal weg. Het dorp staat tegenwoordig halfleeg. Er zijn een paar cafés annex winkeltjes, verder niets.

‘Chilia is het einde van de wereld’, klaagt de 77-jarige Vital Cartacuzencu. Kort na de revolutie vertrok de vitale zeventiger - naar eigen zeggen ex-bokskampioen - vanuit Boekarest naar Chilia Veche met de hoop een mooi toeristisch bedrijfje op te zetten. Hij kocht wat boten en zette cabanăs neer die hij voor acht gulden per nacht verhuurt. Maar de toeristen blijven weg. Cartacuzencu begrijpt het niet. ‘Chilia is hét vogelparadijs van de delta. Je zit hier met de boot zo op prachtige meren met pelikanen en ooievaars.’ Aan concurrentie ligt het niet, zijn S.C. Vital Turism is de enige overnachtingsplek in het dorp. Maar ach, lacht de bejaarde Roemeen na enkele glazen wodka, eigenlijk is hij best tevreden in dit ‘verfoeide’ dorp. ‘Wat zou je met geld moeten, je kunt hier toch niets kopen. We zullen in ieder geval nooit omkomen van de honger. Wie honger heeft, vangt gewoon een steur of schiet een zwijn of fazant.’

Even later serveert hij trots een typische delta-maaltijd; vissoep met aardappelen vooraf, getrokken van een gigantische steur, die hij in een bak ijs in z’n schuurtje bewaart. De vis is illegaal gevangen, want een licentie om op steur te vissen heeft Cartacuzencu niet. De tweede gang is spaghetti met brinza-kaas, het toetje gebakken fazant. De hagel zit er nog in; ‘specialitate Chilia’, grijnst de oude man gelukzalig.

Nederland en de Donaudelta

Sinds 1992 is het RIZA, het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling van Rijkswaterstaat, nauw betrokken bij de Donaudelta. De organisatie zet zich in voor ecologisch herstel, zoals het in de natuurlijke staat terugbrengen van kunstmatige landbouwpolders en verbetering van de waterkwaliteit. Met succes, volgens Albert de Haas, Roemenië-coördinator van het RIZA, de kwaliteit van het water is volgens hem de laatste jaren verbeterd. Maar de delta kampt ook met veel problemen, erkent hij. ‘We hebben te maken met een land met een lage levensstandaard. Het spanningsveld tussen ecologisch herstel en economische belangen is groot in de delta. Vis- en jachtbeperkingen zijn nodig voor het natuurlijk herstel van het gebied, maar zijn niet gunstig voor de bevolking. Er kan niet langer onbeperkt worden gevist en gestroopt. Er worden nu alternatieven gezocht. Men gokt op eco-toerisme, maar dat neemt nog geen hoge vlucht omdat de faciliteiten ontbreken. Zolang er geen alternatieven zijn, is de verleiding groot om de regels te overtreden.’ Illegale visserij komt voor, weet ook De Haas, maar vormt volgens hem geen echte bedreiging. ‘Zolang er geen hele kanalen worden leeggevist is er niet zo’n probleem.Maar er zijn ook gevallen bekend van maffiose bedrijven die hele gebieden leegvissen. Zij vormen wel een bedreiging voor duurzaam herstel.’

Sinds zes jaar onderhoudt ook National Park de Biesbosch een band met de Donaudelta, voornamelijk een uitwisselingsband. ‘De Biesbosch en de Donaudelta hebben veel gemeen, zowel qua landschap als problemen’, zegt Martien Mols, secretaris van Overlegorgaan De Biesbosch. ‘Ook wij kampen met vervuiling, de Biesbosch is de zinkput van de Rijn en de Maas. Maar wij zitten vooral met het probleem natuur versus recreatie, zij met natuur versus overleven. Daar wordt echt niet voor de lol gevist.’

Het verbond tussen de Biesbosch en de beheerorganisatie van de Donaudelta, de DDBRA, houdt in dat er geregeld delegaties uit Nederland naar Roemenië afreizen en omgekeerd om kennis op te doen en uit te wisselen. Maar het is toch vooral eenrichtingsverkeer, volgens Mols. ‘Wij kunnen niet echt veel van hun leren. Wat betreft milieubeheer staan de Roemenen nog in de kinderschoenen. Het probleem is het gebrek aan politiek-bestuurlijke stabiliteit en financiën. Het reguleren van bijvoorbeeld visserij en recreatie is voor ons makkelijker, we hebben meer middelen en het gebied is veel kleiner. Natuurlijk, we zijn ook best weleens jaloers op de Roemeense delta. Het gebied is zoveel groter, mooier en robuuster dan de Biesbosch.’