U bent hier  » Belgie » Politiek » integratie en immigratie

integratie en immigratie

Volkskrant 26-01-2011, pagina 8
Reportage: Debat over integratie en immigratie wordt in Vlaanderen en Wallonië verschillend gevoerd

Ook al fout in de oorlog Vlaming valt over hoofddoek, Waal kookt couscous

LEEN VERVAEKE

Na 227 dagen onderhandelen heeft België nog steeds geen regering. Waarom kunnen de Vlamingen en Walen het zo moeilijk eens worden? De Volkskrant onderzoekt de Vlaams-Waalse clichés.

Het is dat zijn vrouw Vlaams is en dicht bij haar familie in Vlaanderen wil wonen, anders zou Jamal zo terugkeren naar Wallonië. 'Het contact met de Walen ging zo makkelijk. Ik ging iets drinken met mijn buren, met mijn collega's. Dat ging spontaan. Walen staan open voor andere culturen. Ze koken zelf tajine en couscous.'

Twaalf jaar geleden migreerde Jamal uit Marokko naar België, zes jaar later 'migreerde' hij nog een keer, van Wallonië naar Vlaanderen, op verzoek van zijn Vlaamse vrouw. Nu wonen Jamal (37) en Sarah (34) in een modern ingericht rijhuis in Mechelen, met een grote tuin waar hun drie kinderen kunnen spelen. Beiden hebben een goede baan in de sociale sector. Ze lijken het mooi voor elkaar te hebben.

Maar Jamal voelt zich in Vlaanderen niet geaccepteerd. Hij is in Marokko afgestudeerd als fysicus, en deed in Wallonië promotieonderzoek. 'In Vlaanderen kun je als hoogopgeleide allochtoon alleen terecht in de sociale sector. In Wallonië ken ik veel Marokkanen met hoge posities in het bedrijfsleven. In Vlaanderen lukt dat zelfs Marokkanen die hier geboren zijn niet.'

Sarah (34) heeft soortgelijke ervaringen. 'Een tijdje geleden ging ik solliciteren bij een instelling voor gehandicaptenzorg. Ik draag een hoofddoek, en dat was het enige waar ik vragen over kreeg. Ik zei dat ik mijn hoofddoek binnenshuis kon uitdoen en buiten creatief kon zijn met muts of sjaal. Maar ze hebben mijn cv niet eens bekeken. In Wallonië heb ik nooit een opmerking over mijn hoofddoek gekregen.'

Het verhaal van Jamal en Sarah bevestigt het beeld dat veel Walen van Vlamingen hebben: het is een bekrompen, racistisch volkje. Onverdraagzaam ten opzichte van Walen, en nog meer ten opzichte van immigranten.

Vlaams Belang

Dat beeld is vooral gebaseerd op de monsterscores van het Vlaams Blok, later Vlaams Belang. Op haar hoogtepunt, in 2004, kreeg de partij 24 procent van de stemmen. De Waalse media spraken er schande van. Tegenwoordig is het Vlaams Belang gehalveerd door de immense populariteit van de Vlaams-nationalistische N-VA. Maar veel Walen menen - ten onrechte - dat de N-VA even racistisch is als het Vlaams Belang.

Wallonië's eigen extreem-rechtse partij - het Front National - is nooit doorgebroken. Op haar hoogtepunt haalde de partij 7,4 procent; bij de laatste verkiezingen nog 1,4 procent. Dat komt door onze open, kosmopolitische houding, menen Waalse politici. Ze zijn er trots op dat Wallonië sinds 1800 grote stromen Vlaamse en Italiaanse immigranten heeft ontvangen, en dat hun integratie probleemloos verliep. Het beste bewijs: de machtigste politicus van Wallonië, PS-voorzitter Elio Di Rupo, is de zoon van Italiaanse migranten.

Even xenofoob

Onderzoek wijst op een andere realiteit. Uit elke studie blijkt dat Vlamingen en Walen even xenofoob zijn. 'België is een van de meest racistische landen van Europa', zegt Manuel Abramowicz, die aan beide kanten van de taalgrens tegen racisme strijdt. 'Meer dan 50 procent van de bevolking wil geen vreemdeling als buur. Maar er is geen verschil tussen Vlamingen en Walen.'

Wie in Vlaamse en Waalse grote steden gesprekken met gewone mensen aangaat over immigratie, komt tot dezelfde conclusie. Aan beide kanten klinkt heel vaak de zin 'ik ben niet racistisch, maar...', waarna een hele litanie van klachten volgt. 'Ze' zijn vuil, crimineel, luidruchtig en vrouwonvriendelijk. Ook veelgehoord: 'Ik wil niet met mijn naam in de krant, anders komen ze me nog in elkaar slaan.'

Dat extreem-rechts desondanks meer succes heeft in Vlaanderen dan in Wallonië, komt volgens kenners door de goede organisatie, de charismatische leiders en het brede programma van het Vlaams Belang. 'Sommige Vlaams Belangstemmers zijn tegen vreemdelingen, anderen zijn Vlaamsgezind of brengen een proteststem uit', zegt Abramowicz.

Het Front National is een zootje ongeregeld, met veel interne ruzies en een hoog skinheadgehalte. Abramowicz: 'Als extreem-rechts in Wallonië even goed georganiseerd was als het Vlaams Belang, zou het veel meer stemmen winnen. De vraag van de kiezers is er, maar er is geen aanbod.'

Bovendien heeft de Waalse socialistische partij PS, anders dan haar Vlaamse tegenhanger SP.A, nog steeds een nauw contact met het electoraat. De PS is een massapartij met tentakels in alle geledingen van de maatschappij. Dat beperkt de vervreemding van de kiezers.

Vlamingen racistisch, Walen tolerant: dat klopt dus niet. Maar het is een feit dat het debat over immigratie en integratie in Vlaanderen en Wallonië verschillend wordt gevoerd.

Vlaanderen voert een beleid en discours van culturele integratie, waarbij immigranten enerzijds verplicht worden zich aan te passen, maar anderzijds beschermd worden in hun diversiteit. De laatste jaren ligt de nadruk in die evenwichtsoefening wel steeds meer op het aanpassen.

'Er is een tendens om alles cultureel te bepalen', zegt Griet Vielfont van opbouwwerkorganisatie Samenlevingsopbouw Antwerpen. 'Als de immigranten zich maar aanpassen en Nederlands kennen, zullen ze wel werk vinden. De sociaal-economische analyse wordt amper gemaakt.'

In Wallonië daarentegen gaat het debat bijna uitsluitend over de sociaal-economische situatie van migranten. 'Er wordt van uitgegaan dat, als Wallonië slaagt in zijn strijd tegen economische marginalisering en sociale uitsluiting, alle inwoners van Wallonië van de resultaten zullen genieten', schrijft sociologe Hilde Coffé in haar studie van het migrantenbeleid in Vlaanderen en Wallonië.

In zekere zin komt het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië overeen met het verschil tussen Nederland vóór en ná Pim Fortuyn. En net als in Nederland verschillen ook in België de meningen over de vraag waar de allochtonen het meest mee geholpen zijn.

Een bezoek aan de Antwerpse achterstandswijk Borgerhout en de Luikse quartier chaud Droixhe moet verheldering brengen. Beide wijken hebben een grote Marokkaanse gemeenschap, veelal van de tweede of derde generatie. En beide wijken kampen met grote armoede, onderwijsuitval en werkloosheid.

Ook uiterlijk vertonen de wijken veel overeenkomsten. Veel huizen zijn vervallen, rolluiken blijven dicht. Hier en daar is een zaak dichtgetimmerd, ervoor in de plaats komen kleine winkeltjes met Arabische namen. De sfeer is niet bedreigend, maar de verloedering is alom.

Toch is Borgerhout er iets beter aan toe. Het 'gentrificatiebeleid', waarbij autochtone tweeverdieners worden aangetrokken om de sociale mix te verbeteren, heeft vruchten afgeworpen. In Borgerhout zie je meer opgeknapte huizen dan in Droixhe, en zwerft er minder vuil op straat.

In Droixhe wordt ook al jaren gesproken over gentrificatie. Twee van de vijf woontorens - grijze, troosteloze monolieten - zijn al gesloopt. De drie resterende torens staan leeg, omspannen door prikkeldraad om vandalen tegen te houden.

Bovendien zijn de problemen in Borgerhout meer onder controle. In Droixhe is de criminaliteit hoger, en komt het geregeld tot rellen tussen politie en jongeren. 'Als er problemen zijn, ga ik er vaak heen', zegt Patrice Lempereur, voorzitter van de wijkraad. 'Soms is het beter dat de politie niet gaat, om de jongeren niet op te hitsen. Het is hier geen no-go-zone, maar de spanning kan wel snel stijgen.'

Van Luik naar een Vlaams dorpje

Jean Patrice, een Congolese oppositieaanhanger die in 2000 naar België vluchtte, is ervaringsdeskundige. Na zijn aankomst in België woonde hij eerst in Luik, vlakbij Droixhe. Door een vreemde kronkel in zijn asielprocedure moest hij na vijf jaar verhuizen, en kwam hij terecht in het Vlaamse dorpje Poelkapelle.

Die verhuizing naar Vlaanderen was een lot uit de loterij, vindt Jean Patrice. Hij woont in een sociale woning, sober en klein, in een wijk met veel groen. Een groep Vlaamse vrienden is het appartement onlangs komen schilderen, bij wijze van verrassing. Hij heeft Nederlands geleerd en studeert binnenkort af als verpleegkundige. Een baan heeft hij al.

'In Wallonië had ik het heel moeilijk', zegt Jean Patrice (43). 'Er zijn geen structuren voor immigranten. Je moet alles zelf uitzoeken. Ik had een bankkaart gekregen voor mijn bijstandsuitkering, maar ik wist niet eens hoe een bankkaart werkte. Er is niemand die dat even uitlegt.' Met hulp van kennissen vond Jean Patrice een woning en tijdelijke baantjes, maar het waren vijf zware jaren.

In Vlaanderen daarentegen werd Jean Patrice 'opgevangen als een kind'. Kort na zijn aankomst kreeg hij een telefoontje dat hij een cursus Nederlands en maatschappelijke oriëntatie moest volgen en zich moest melden bij een bureau voor werkzoekenden. 'Dat is verplicht', zegt Jean Patrice. 'Ik moest zelfs een contract tekenen met de regering.'

'In die cursus maatschappelijke oriëntatie krijg je alle info die je nodig hebt: waar het gemeentehuis is, wat je moet doen als je ziek bent, hoe je je vuilnis moet sorteren. Zelfs als je niemand kent in Vlaanderen, zal je het redden.' Bij het bureau voor werkzoekenden kreeg Jean Patrice een coach, die hem een aantal opleidingen voorstelde. 'In Wallonië had ik ook een coach. Die gaf me een papier waarop stond dat ik werk moest zoeken. Dat was het dan.'

Toch vindt ook Jean Patrice, net als Jamal en Sarah, dat het leven in Wallonië op menselijk vlak makkelijker was dan in Vlaanderen. 'In Vlaanderen krijg ik bijna iedere dag de vraag waar ik vandaan kom, en waarom ik naar België ben gekomen. In Luik vraagt niemand dat. Er zit misschien geen slechte intentie achter, maar ik voel dat ze me in Vlaanderen meer dan in Wallonië als 'anders' zien.'

Of Vlamingen racistisch zijn? Veel Walen twijfelen er niet aan. Zeventig jaar geleden waren de Vlamingen immers ook al fout in de oorlog, zo luidt een veelgehoorde Waalse redenering.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zagen veel Vlamingen de Duitse bezetting als een kans om de Vlaamse taaleisen te verwezenlijken. In Vlaams-nationalistische kringen werd massaal gecollaboreerd. Zo nam de populaire partij Vlaams Nationaal Verbond (VNV), die honderdduizend leden telde, de antisemitische en racistische nazi-ideologie volledig over. Het leverde Vlaanderen in Waalse ogen voorgoed een smet op.

Maar ook Wallonië heeft geen onberispelijk verleden. Weliswaar was de politieke collaboratie er beperkter, met enkel de kleinere Rexpartij aan Duitse zijde. Maar de economische collaboratie was in Wallonië groter dan in Vlaanderen.

Uit onderzoek blijkt dat 62 procent van de Belgische collaborateurs Nederlandstalig was en 38 procent Franstalig - ongeveer in verhouding met de omvang van de twee bevolkingsgroepen. Toch houdt de mythe van het collaborerende Vlaanderen en het heldhaftige Wallonië hardnekkig stand.