U bent hier  » Belgie » Politiek » Burenruzie over centen

Burenruzie over centen

Volkskrant 14-01-2011, pagina 8
Reportage: België nog steeds bestuurloos

Deze burenruzie gaat ook over de centen

LEEN VERVAEKE

Na 215 dagen onderhandelen heeft België nog steeds geen regering. Waarom kunnen de Vlamingen en Walen het zo moeilijk eens worden? De Volkskrant onderzoekt de Vlaams-Waalse clichés. Deel 2: 'Vlamingen zijn harde werkers, Walen zijn luie profiteurs.'

Aan de ene kant van de tafel zit een werkloze, met een dikke map sollicitatiebrieven op schoot. Aan de andere kant een controleur die tientallen vragen stelt, sollicitatiebrieven nauwkeurig naleest, en alle gegevens checkt in de databanken op zijn computer.

Zo gaat het aan meer dan twintig tafeltjes, van elkaar afgescheiden door manshoge geluidswanden, in het kantoor van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) in Charleroi. Een geoliede machine waarin iedere dag ruim honderd werklozen passeren, alleen al in Charleroi. Voor heel Wallonië, en voor een heel jaar, zijn dat ongeveer vijftigduizend controles.

'U hoeft zich geen zorgen te maken', zegt controleur Amélie, wier werkgever niet wil dat haar echte naam in de krant komt, tegen een jonge werkloze vrouw. 'Ik zie dat u heel actief bent.' De vrouw heeft net een uur moeten uitleggen wat ze heeft gedaan om werk te vinden. Opgelucht steekt ze haar sollicitatiebrieven, cv's en inschrijvingsbewijzen van opleidingen in haar tas.

'Dit was een modelwerkloze, ze werkte perfect mee', zegt Amélie als de vrouw is vertrokken. 'Helaas is dat een minderheid. Veel mensen beginnen te discussiëren over de onrechtvaardigheid van deze procedures, of ze werken niet mee. Soms vervalsen ze sollicitatiebrieven, of komen met smoesjes: hun brieven zijn gestolen of vernietigd in een woningbrand. Geen probleem, zolang je het maar kunt bewijzen.'

Kan een werkloze niet aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft gedaan om werk te vinden? Dan krijgt hij een persoonlijk actieplan opgelegd en twee kansen om zich te bewijzen. Laat hij de eerste kans schieten, dan wordt zijn uitkering verminderd. Faalt hij ook bij het tweede gesprek, dan wordt de uitkering stopgezet.

Dit systeem is in 2004 ingevoerd, onder druk van Vlaamse politici die vonden dat hun Waalse collega's te laks omgingen met hun werklozen. In Wallonië werden veel minder werklozen op hun uitkering gekort dan in Vlaanderen, terwijl de werkloosheid daar veel hoger is.

Sinds de invoering van het nieuwe systeem is dat voorbij. In 2009 werden in Wallonië 4.243 werklozen geschorst, drie keer meer dan in Vlaanderen.

Voor Ingrid - een struise vrouw met kort, opgeschoren haar - is het gedaan met de controles. Volgende week tekent ze haar contract bij de vleescentrale van supermarktketen Colruyt in Halle. Eindelijk een vast contract, na jaren van werkloosheid en korte interimbaantjes. En in Vlaanderen dan nog wel. Dat had de Waalse Ingrid nooit verwacht.

Het begon toen ze een paar maanden geleden reageerde op een advertentie in de krant: ben je bereid 50 kilometer van je deur te werken? 'We schrijven bewust niet dat het over Vlaanderen gaat, want dat schrikt veel Walen af', zegt Karline De Wilde van reïntegratiebureau Mirec in Charleroi dat de advertentie plaatste. 'De mensen denken: 50 kilometer, dat valt mee. Pas hier horen ze dat het over Vlaanderen gaat, maar ook dat wij hen goed begeleiden.'

Ingrid besloot het erop te wagen. Ze kreeg een maand vaardigheidstraining en een basiscursus Nederlands. Voldoende voor supermarktketen Colruyt dat door de extreem lage werkloosheid in eigen streek noodgedwongen in Wallonië rekruteert. Het bedrijf biedt de Franstalige werknemers drie jaar lang gratis taallessen aan.

'Veel van mijn vrienden in Charleroi zijn bang om in Vlaanderen te werken omdat ze dan Nederlands moeten praten', zegt Ingrid. 'Maar dat klopt niet. Voorlopig praat ik vooral Frans. Nederlands leer ik de komende jaren wel.'

Projecten

De Vlaams-Waalse projecten van Mirec en andere reïntegratiebureaus begonnen in 2005, eveneens onder druk van Vlaamse politici. Tot dan toe werkten de Walen amper in Vlaanderen, terwijl de Waalse werkloosheid torenhoog was en er in Vlaanderen werk zat was. Er werkten zelfs meer Noord-Fransen in Vlaanderen dan Walen. De Vlamingen spraken er schande van.

Nu is dat aan het veranderen. De interregionale projecten helpen elk jaar duizend Walen aan een baan in Vlaanderen. In totaal werken al 42.513 Walen boven de taalgrens.

4.243 Waalse werklozen geschorst. 42.513 Waalse werknemers in Vlaanderen. Het zijn getallen waarmee de Waalse politici graag uitpakken. Ze hopen zo hun Vlaamse collega's te overtuigen dat er in Wallonië hard wordt gewerkt, dat er geen reden is voor Vlaanderen om zich van Wallonië los te maken.

Het grootste twistpunt tussen Vlaanderen en Wallonië gaat, zoals bijna elke burenruzie, over centen. Doordat Wallonië al decennia lang zo'n 10 procent meer werkloosheid telt dan Vlaanderen, komen de inkomsten van de sociale zekerheid overwegend uit Vlaanderen en gaan de uitgaven overwegend naar Wallonië.

Vlaams-nationalistische politici vinden die 'financiële transfers' ontoelaatbaar. Ze hebben er beeldende metaforen voor: 'de hardwerkende Vlaming' betaalt elke dag twee biertjes aan Wallonië, of elk jaar een televisie. Nog erger: elk Vlaams gezin betaalt elke vier jaar een complete auto aan Wallonië.

De Walen hebben zich heerlijk neergevlijd in het hangmatsocialisme, zo stellen Vlaamse politici. Ze blijven vrolijk werkloos, gesteund door hun socialistische leiders. Die gunnen hen een levenslange uitkering, op kosten van de Vlamingen. 'Walen willen alles makkelijk, goedkoop en moeiteloos', zegt restauranthouder Yves, een hardwerkende Vlaming die zelf in Wallonië woont. 'Ze zijn goed met hun mond, maar niet met hun handen.'

Ooit was het anders. In de 19de eeuw was Wallonië de derde industriële macht ter wereld, na Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Steenkool werd met tonnen tegelijk uit de grond gehaald, grote staal-, glas- en textielfabrieken boden werk aan honderdduizenden arbeiders. Treinen uit Vlaanderen, toen een achtergesteld gebied vol armoede en hongersnood, en later uit Italië voerden nieuwe werkkrachten aan.

Vanaf 1950 ging het bergafwaarts. De wereldmarkt werd opengegooid, de Waalse steenkool en het staal werden te duur. De mijnen en fabrieken sloten één voor één. In 1963 had Vlaanderen, dat met de haven van Antwerpen beter uitgerust was voor de nieuwe wereldeconomie, voor het eerst een hoger BBP per hoofd van de bevolking dan Wallonië.

Dubbele tsunami

'Het was een dubbele tsunami op economisch vlak', zegt Giuseppe Pagano, hoogleraar economie aan de universiteit van Bergen en Charleroi. 'De eerste golf was de sluiting van de mijnen vanaf de jaren zestig. Dat kostte meer dan 133 duizend banen. Tien jaar later kwam de tweede golf met het verdwijnen van de zware industrie.'

De gevolgen van die dubbele tsunami zijn nog steeds zichtbaar in Wallonië. In het landschap herinneren overwoekerde steenkoolterrils, vervallen mijntorens en roestige staalfabrieken aan de vergane glorie. Ook in de hoofden van de mensen heeft de langdurige werkloosheid zijn sporen nagelaten.

'Hele families zijn ontwricht door de economische crisis', zegt Bernard Spinoit. 'De oude mijnwerkers en staalarbeiders zijn bijna verdwenen uit de werkloosheidsstatistieken, maar nu zitten hun kinderen erin. Zij zijn opgegroeid in een gezin waarin niemand werkte, ze zijn geboren als verliezers.'

Spinoit is directeur van Quelque Chose à Faire, een organisatie die werklozen uit achtergestelde milieus aan het werk helpt. De organisatie huist in de opgeknapte gebouwen van de steenkoolmijn van Monceau-sur-Sambre, in de buitenrand van Charleroi. De werkloosheid loopt hier op tot 30 procent. De buurt staat vol kleine mijnwerkershuisjes, vaak in verregaande staat van verval waar de allerarmsten wonen.

Deze mensen komen terecht bij Quelque Chose à Faire. In kleine groepjes gaan ze aan de slag op een bouwwerf, waar ze niet alleen een vak, maar ook basisvaardigheden leren. 'Deze mensen zijn vaak al jaren werkloos. Ze hebben al lang geen regelmatig leven', zegt Spinoit. 'Ze moeten leren op tijd op te staan, hun baas te bellen als ze ziek zijn, te luisteren naar orders.'

Veel Walen vinden dat Vlaanderen te weinig rekening houdt met die omstandigheden. Wallonië heeft een enorme klap gekregen, economisch en mentaal. Dat verklaart waarom veel Walen niet in Vlaanderen solliciteren: ze hebben geen auto, geen rijbewijs, geen kennis van het Nederlands, en geen zelfvertrouwen.

Dat verklaart waarom Wallonië lange tijd - en in sommige regio's nog steeds - minder streng was voor werklozen. 'Je gaat toch voorzichtiger om met een werkloze in een regio waar geen jobs zijn', zegt Giuseppe Pagano. 'Mensen kunnen hier echt arm zijn. Als je hun uitkering stopzet, heeft dat grote gevolgen.'

Eigen schuld

Veel Vlamingen vinden dat Wallonië het aan zichzelf te danken heeft dat het nog steeds kampt met de gevolgen van de industriële crisis. 'Reconversie vraagt tijd, maar de Waalse politici hebben veel steken laten vallen', zegt Paul De Grauwe, hoogleraar economie aan de universiteit van Leuven. 'Het Waalse onderwijs is gebrekkig, en de vakbonden hebben te veel macht. Er is nog altijd een antikapitalistische cultuur. De baas wordt gezien als vijand. Dat helpt niet om investeringen te krijgen.'

'Wallonië is te lang bij de pakken neer blijven zitten', zegt ook Dave Sinardet, politicoloog aan de universiteit van Antwerpen en Brussel. 'Tot in de jaren negentig heerste er een oud-linkse visie: het was een schande dat de industrie weg was, en de arme mensen waren het slachtoffer van die bedrijven. Er was geen aandacht voor innovatie en jobcreatie.'

Dat klopt, zeggen ook Waalse economen. Maar ze voegen eraan toe: dat is nu voorbij. Er is een nieuwe Parti Socialiste opgestaan die werklozen wel schorst, die Walen wel naar Vlaanderen stuurt om te werken, die wel innoveert. Er zijn honderden projecten als Quelque Chose à Faire waarbij 40 procent van de deelnemers een baan vindt. En het befaamde Marshallplan trekt miljarden uit voor een beter investeringsklimaat.

Het Marshallplan begint vruchten af te werpen, zoals het wetenschapspark van Gosselies, naast de luchthaven van Charleroi. 'Vijf jaar geleden was hier niets', zegt hoogleraar Pagano. 'Ik kwam hier vaak wielrennen, er waren alleen weilanden.'

Nu staan in die weilanden futuristische gebouwen met hoogtechnologische bedrijven die nieuwe medicijnen, kunststoffen of technieken bedenken. Op een van de laatste vrije plekken wordt een biotechnologisch onderzoekscentrum gebouwd, waar universiteiten en privébedrijven gaan samenwerken. 'Dit is het moderne Wallonië waarop wij rekenen', zegt Pagano.

'Wallonië is voelbaar aan het veranderen. Het komt wel goed, maar we hebben meer tijd nodig. Alleen lijkt de tijd op. Vlaanderen wil niet langer wachten. Ik snap het wel: Vlaanderen is rijk geworden; het wil de vruchten van het succes zelf houden.'