U bent hier  » Belgie » Politiek » Een soort vijandsbeeld

Een soort vijandsbeeld

Volkskrant 08-01-2011, pagina 34
Reportage: België is nog steeds bestuurloos

Een soort vijandbeeld

LEEN VERVAEKE

Na 209 dagen onderhandelen heeft België nog steeds geen regering. Waarom kunnen de Vlamingen en Walen het zo moeilijk eens worden? De Volkskrantonderzoekt de Vlaams-Waalse clichés. Deel 1: 'Walen willen geen Nederlands leren, alle Vlamingen spreken Frans.'

'Ossenhaas, filet de boeuf', kondigt het bord voor de deur van restaurant La Grillade in Overijse aan. 'Fazant, faisan. Sliptongetjes, solettes.' Binnen prikt de kok een portie inktvis weg. Hij is Franstalig, maar kent een paar woorden Nederlands. 'Genoeg om de mensen te laten eten', grinnikt hij.

Over zijn tweetalige menubord heeft hij al brieven gekregen: dat hij hier in Vlaanderen is, dat de Franse opschriften niet horen. Maar hij weigert het bord aan te passen. 'Ik heb veel geld in deze zaak gestoken, dus probeer ik klanten te krijgen. Die komen uit Brussel, en begrijpen geen Nederlands.'

'Bovendien, iedereen in de straat doet het', wijst hij door het raam. Daar brandt de lichtreclame van Thai Take Away, dat twee jaar geleden werd gemaand om de naam in Thai Meeneemrestaurant te veranderen. Een paar huizen verderop zit een pizzeria, die door sommige Vlamingen wordt geboycot, omdat de uitbaters geen Nederlands spreken.

Welkom in Overijse, een stadje in de Vlaamse Rand rond Brussel. Dit is het beruchte Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV), waar de taalstrijd tussen Vlamingen en Franstalige Belgen het hardst wordt gevoerd. Hier komt de Vlaamse ergernis aan de oppervlakte: de Walen leren geen Nederlands, de Vlamingen moeten zich altijd aanpassen.

Zo is het niet alleen in BHV, maar ook aan de (Vlaamse) kust, in de (officieel tweetalige) hoofdstad Brussel, eigenlijk overal waar Vlamingen en Walen elkaar ontmoeten. Een dokter in een ziekenhuis in Leuven vertelt dat Waalse artsen haar verwijsbrieven in het Frans toesturen, en ervan uitgaan dat zij die in het Frans beantwoordt. 'Eigenlijk is dat toch niet normaal?'

Onder haar klanten - vandaag toevallig allemaal Vlamingen - ontspint zich een discussie over de bereidheid van Franstaligen om Nederlands te leren. 'In mijn straat woont een Waals stel dat al dertig jaar in Overijse woont, en nog geen woord Nederlands spreekt', zegt Viviane. 'Ach', sust haar buurvrouw, 'je moet niet iedereen over een kam scheren.'

Van de 24 duizend Overijsenaars is naar schatting 55 procent Nederlandstalig, 30 procent Franstalig en 15 procent anderstalig. Dat komt door de stadsvlucht uit Brussel. Voor rijke Brusselaars en eurocraten is het groene Overijse, op amper 10 kilometer van het dichtbevolkte en drukke Brussel, een verleidelijke uitvalsbasis.

De meerderheid van die Frans- en anderstaligen leert geen Nederlands. 'Deels is dat begrijpelijk', zegt Geoffrey Heyrbaut, van het cultureel centrum De Bosuil, dat 'het Vlaamse karakter van Overijse moet ondersteunen'. 'De meeste eurocraten blijven slechts een paar jaar in België. En veel Franstaligen hebben hun werk en sociaal leven in Brussel. Maar het getuigt niet van respect voor de Vlamingen.'

Sommige Franstaligen kijken bovendien nog steeds neer op het Nederlands, dat in België lange tijd als een boerentaaltje gold. Ze weigeren, ook in Vlaanderen, hun 'bonjour' te vervangen door 'goeiedag'. 'Sommigen hebben nog die bourgeoismentaliteit van vroeger', zegt Heyrbaut.

Het gemeentebestuur van Overijse probeert die 'ontvlaamsing' uit alle macht tegen te gaan. Ambtenaren mogen inwoners uitsluitend in het Nederlands te woord staan, horecapersoneel wordt aangemoedigd een (gratis) cursus Nederlands te volgen, en winkeliers met tweetalige reclameborden worden op de vingers getikt.

Dat leidt soms tot bizarre situaties. Zo komen sommige Franstaligen met een tolk naar het gemeenteloket, ook al kent de ambtenaar daar perfect Frans. 'Voor buitenstaanders lijkt dat misschien overdreven', zegt Ilya De Roey, cultuurbeleidcoördinator van de gemeente. 'Ik kom niet van hier, maar ik heb er snel begrip voor gekregen. Men zit hier tussen hamer en aambeeld, tussen Brussel en Wallonië. Er is hier schrik om te worden platgewalst.'

Enkele Vlaamse groeperingen gaan nog verder in hun verzet tegen 'de Franstalige olievlek'. Ze gaan wekelijks op patrouille om tweetalige reclame-uitingen op te sporen, sturen handelaars intimiderende brieven, en bekladden soms winkelpanden en restaurants.

'Die extreme acties worden in de Franstalige politiek en media uitgebuit', zegt Heyrbaut. Door de steeds scherpere acties en reacties is BHV uitgegroeid tot een van de belangrijkste struikelblokken in de regeringsvorming. 'De extremisten aan beide kanten versterken elkaar. De grote middenmoot van de Overijsenaars is schappelijk, maar die hoor je nooit.'

De taalstrijd in BHV heeft een weerslag in de rest van Vlaanderen. Ook daar stellen veel Vlamingen zich harder op tegenover hun Franstalige landgenoten. Walen klagen dat ze niet meer in het Frans geholpen worden, wanneer ze in pakweg Antwerpen of Gent de weg vragen. 'Je kunt beter zeggen dat je een Franse toerist bent dan een Waal', zegt de Waalse Claude, die overigens behoorlijk Nederlands spreekt. 'Dan geeft het niet als je Frans praat.'

Het is de vraag of de taalproblemen in BHV die veranderende houding in de rest van Vlaanderen legitimeren. Het aloude beeld van de Waal die geen Nederlands kent en de Vlaming die zich altijd Frans moet praten, staat namelijk op losse schroeven.

'Ruim de snippers op, niet rondlopen met de schaar', zegt juf Veronique in het Nederlands. De 23 Waalse kleutertjes gehoorzamen gedwee. Tweeënhalve maand geleden hadden deze 5-jarigen nog nooit een woord Nederlands gehoord, nu snappen ze bijna alles.

'In het begin moet je alles laten zien: dit is een schaar, dit is lijm. Maar als je consequent Nederlands spreekt, nemen ze het heel snel op', zegt Veronique.

'Alleen als een kindje huilt, schakel ik over naar Frans.'

Veronique geeft les in de école d'immersion van Frasnes-lez-Anvaing, een gemeente vlak onder de taalgrens. Letterlijk is dit een 'onderdompelingsschool', waar Waalse leerlingen ondergedompeld worden in het Nederlands. Ze krijgen driekwart van hun schoolvakken in het Nederlands. Later wordt dat minder, zodat ze ook hun moedertaal goed leren beheersen.

In 1998 voerde de school in Frasnes-lez-Anvaing als eerste het immersiesysteem in. 'Van in het begin was het een succes', zegt Aurélie Mortier, leerkracht in klas 5 en 6. 'Er waren veel leerlingen die een heel eind moesten rijden om naar onze school te komen. Tot 40 kilometer, speciaal voor immersie.'

Het schooltje dat in 1998 nog maar 38 leerlingen had, telt inmiddels 400 leerlingen. Elk jaar worden extra containerklassen bijgebouwd. Aan de overkant van de straat verrijst een gloednieuwe school.

In twaalf jaar tijd zijn 249 scholen in Wallonië overgegaan op het immersiesysteem. 'Dat is maar een fractie van het aantal scholen, maar het is een reflectie van wat er in Wallonië gaande is', zegt Piet Van De Craen, hoogleraar Nederlandse taalkunde, die de immersiescholen begeleidt.

Ook het traditionele onderwijs in Wallonië heeft volgens Van De Craen een sprong voorwaarts gemaakt. De avondcursussen Nederlands in Wallonië en Brussel zitten vol. En stuurde de Vlaamse elite zijn kinderen vroeger naar een Franstalige school, nu komt het omgekeerde veel vaker voor.

Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is het economische en politieke zwaartepunt in België naar Vlaanderen verschoven. De opwaardering voor het Nederlands liet op zich wachten, maar sinds ongeveer tien jaar is het besef in Wallonië doorgedrongen dat kennis van het Nederlands een enorme troef op de arbeidsmarkt is. Tegelijk gaat het Frans van de Vlamingen erop achteruit. 'Gemiddeld spreekt een Vlaming nog steeds beter Frans dan een Waal Nederlands, maar in Wallonië verbetert de situatie en in Vlaanderen verslechtert ze', zegt Raymond Gevaert, al 35 jaar leraar Frans en voorzitter van de Bond Vlaamse Leerkrachten Frans.

Hij ziet verschillende redenen: het aantal uren Frans op school is verminderd, de samenleving veramerikaanst, en het Frans is in Vlaanderen uit het alledaagse leven verdwenen. Maar ook de communautaire problemen spelen een rol. 'Er is een soort vijandbeeld van Wallonië ontstaan, dat motiveert niet om Frans te leren.'

Vlaanderen heeft geen immersiescholen. De Vlaamse taalwet verbiedt docenten hun vak in een andere taal dan het Nederlands te geven. 'Politici uit Vlaams-nationalistische klagen over de verfransing', zegt Gevaert, 'terwijl die verfransing in het overgrote deel van Vlaanderen niet meer aan de orde is.'

Gevaert vreest dat Vlaanderen zijn grote troef - meertaligheid - aan het kwijtraken is. 'Vroeg of laat worden we geconfronteerd met een tekort aan Vlamingen die Frans kennen. Terwijl we tweetalige mensen nodig hebben. Je kunt nu eenmaal in Vlaanderen geen 40 kilometer reizen zonder een andere taal tegen te komen.'

België was lange tijd Franstalig. Na de onafhankelijkheid in 1830 was er officieel taalvrijheid: iedereen mocht de taal gebruiken die hij wilde. Maar doordat Frans een prestigetaal was en in Vlaanderen nog veel dialecten werden gesproken, en door het economische overwicht van Wallonië op Vlaanderen, domineerde Frans het openbare leven. Een Vlaming kon in de rechtbank, ambtenarij, het leger of het onderwijs niet terecht in zijn moedertaal.

Daartegen kwam verzet van de Vlaamse Beweging. In de loop van de 19de en 20ste eeuw verwierven de Vlamingen stap voor stap meer taalrechten, maar 'Fransonkundigen' werden nog steeds gediscrimineerd. Pas in 1898 konden wetten ook in het Nederlands worden opgesteld, pas in 1930 opende de eerste Nederlandstalige universiteit in Vlaanderen.

Omdat de Franstaligen hun taal bleven opdringen aan Vlaanderen, werd in 1962 onder Vlaamse druk de taalgrens vastgelegd. Daarmee werd Vlaanderen ééntalig Nederlands, Wallonië ééntalig Frans (met uitzondering van een Duitstalig gebied) en Brussel tweetalig. Omdat daar zo'n lange strijd aan voorafging, reageren sommige Vlamingen ook nu nog heftig als Franstaligen de taalgrens niet respecteren, zoals in de Vlaamse Rand rond Brussel.