U bent hier  » Wadanog » Babyboomers » Heerlijke oude dag

Heerlijke oude dag

Volkskrant 12-02-2011, pagina 19
De vergrijzingsgolf: Welke kansen biedt de zilveren economie?

Op weg naar een heerlijke oude dag

ELSBETH STOKER
BOSTON

Dit jaar viert de eerste lichting babyboomers haar 65ste verjaardag. Deze groeiende groep ouderen biedt kansen voor bedrijven. Met welke producten gaan we aangenaam de vergrijzing in? En hoe ziet het leven van de babyboomer er over tien jaar uit?

'Dit is Mia van Philips Lifeline. Goedemorgen, meneer Verburg', klinkt het op deze vroege lenteochtend in 2021 door het nog stille huis van Anneke en Wim. 'Argghh', denkt Wim (75) terwijl hij zijn bed uitkomt en een badjas aantrekt. 'Blijf jij maar liggen, lieverd, ik neem dit telefoontje wel even', zegt hij tegen zijn vrouw die haar slaperige ogen meteen weer sluit. Eenmaal in zijn woonkamer aangekomen, zet hij de tv aan en drukt hij op het knopje telefoon. In beeld verschijnt Mia: een rondborstige Surinaamse met kort rood haar. 'Sorry dat ik u zo vroeg stoor', verontschuldigt de telefoniste van de 'zorg-op-afstand-hulplijn' zich. 'Maar u staat in onze lijst genoteerd als iemand die we in geval van nood kunnen bellen. Het gaat om uw buurvrouw, mevrouw De Jong. Onze sensoren hebben een minuut geleden gesignaleerd dat ze gevallen is. Ze reageert niet op onze oproepen via de speaker. Wilt u controleren of ze ongedeerd is of dat ik een ambulance moet sturen?'

'Natuurlijk', zucht Wim. Het is al de zoveelste keer deze maand dat zijn buurvrouw van 85 uit haar bed is gevallen. Tot nu toe was er nooit iets ernstigs aan de hand. Je moet, vindt Wim, solidair zijn. Wie weet zijn Anneke en hij over tien jaar ook wel deels afhankelijk van deze burenhulp. Want één ding weet hij zeker: net als veel van zijn medebabyboomers heeft Wim zijn onafhankelijkheid hoog in het vaandel. Zijn generatie gruwt van de gedachte om net als hun ouders weg te kwijnen in een bejaardentehuis en dus willen ze zo lang mogelijk thuis blijven. 'Wij, babyboomers, vinden 'de oude dag' opnieuw uit', grappen hij en zijn vrienden geregeld tegen elkaar. Dit betekent onder meer dat Wim en Anneke zo lang mogelijk in hun eigen huis willen blijven wonen. En dat geldt ook voor mevrouw De Jong.

Zodra hij Mia's beeld heeft weggeklikt, kleedt Wim zich aan en snelt hij naar het huis van de buurvrouw. 'Gaat het een beetje, Ria?', vraagt hij als hij haar op de vloer van haar slaapkamer ziet liggen. 'Ja hoor, Wim', zegt ze ferm. Maar hij ziet dat ze een flinke beurse plek op haar gezicht heeft. 'Ik had gewoon geen zin om met Mia van Lifeline te praten. En ik kan zelf best op staan. Het duurt gewoon een tijdje', zegt ze. Jaja, denkt Wim, die dit verhaal wel vaker heeft gehoord. 'Het voelt alsof ik Big Brother in mijn huis heb. Zodra ik val, klinkt er een stem door mijn speakers: 'Mevrouw De Jong, gaat het goed met u?'

Ria is koppig, weten Anneke en Wim inmiddels. Haar Lifeline-abonnement is haar opgedrongen door haar dochter. Deze heeft onlangs ook een ander apparaat voor haar vergeetachtige moeder gekocht, eentje dat eruit ziet als een ouderwetse Senseo en elke dag op het juiste tijdstip een doosje met pillen uitspuugt. Het pillenapparaat praat zelfs. 'Mevrouw De Jong, u moet uw medicatie innemen. Het liefst met wat fruit', zegt het dan. Reageert Ria niet op tijd, dan begint het apparaat hard piepen. Een speciaal type geluid, dat zelfs hardhorenden nog horen.

Oké, dat vindt ook Wim een tikkeltje te neurotisch. Maar zulke apparatuur is nou eenmaal nodig. Er zijn inmiddels zo veel ouderen. Het merendeel van zijn leeftijdsgenoten lijdt aan een chronische ziekte en er is te weinig geld en personeel om iedereen te voorzien van zorg. Bovendien kent hij ergere verhalen van neurotische kinderen die hun oude ouders 'controle-apparaten' opdringen, zodat ze dagelijks kunnen inloggen op het account van hun ouders om te zien wat ze die dag hebben gedaan. Blijkbaar registreren en analyseren de sensoren, die aangebracht zijn in huis en in een soort horloge, allerhande bewegingen.

Wat Wim betreft moet Ria dus blij zijn met haar technische hulp. Dit valt nog best mee. En stel nou dat ze echt een keer een ernstige smak maakt en er niemand is om haar te helpen? Dan is een enkele reis richting het verzorgingstehuis of het crematorium zo geboekt. Hij en Anneke hebben recent ook zo'n lifeline-abonnement afgesloten. Gewoon voor het geval dat. En, geeft Wim toe, om het schuldgevoel van hun werkende kinderen te sussen. Sommigen van zijn eenzamere levensgenoten kiezen zelfs voor zo'n hulplijn-abonnement vanwege de gezelligheid. Ze bellen niet in een noodgeval met Mia of een van haar collega's, maar vaak met het excuus dat ze apparatuur willen testen. 'Ik ben soms hun enige gesprekspartner', heeft de geduldige Mia Wim een keer toevertrouwd. Slechts 4 procent van de 35 duizend telefoontjes die zij en haar collega's dagelijks afhandelen blijken echt noodgevallen te zijn.

Zodra Wim weer thuis is, loopt hij de slaapkamer in. Daar ligt Anneke. Zijn Anneke. De opkomende zon zorgt voor een warme gloed over haar lichaam. Hoewel ze grijs en gerimpeld is, wordt hij elke dag weer blij als hij haar wakker ziet worden en zich tegen haar aan kan vleien. Helaas kunnen ze sindskort niet meer lepeltje-lepeltje in slaap vallen. Wim heeft hartklachten, en inmiddels sensoren in zijn hoofdkussen en matras die zijn ademhaling en bloedsomloop in de gaten houden. Op deze manier kan de dokter tijdig zien of het mis dreigt te gaan en ingrijpen met pillen of een dieet. Een wonder, vindt Wim dit. Maar er mag slechts één mens op de sensoren liggen, dus lepeltje-lepeltje slapen is sindsdien een taboe in de Verburg-slaapkamer. Volgens zijn dokter wordt er druk gewerkt door Philips om een betere variant op de markt te brengen van dit matras, waarbij dit probleem verholpen wordt. Zodra die er, koop ik hem, heeft Wim zichzelf beloofd. Hij wil aangenaam oud worden, en hoe is dat mogelijk als hij niet meer elke nacht zijn Anneke in zijn armen voelt?

'Lieverd', zegt Wim, 'je moet opstaan. We gaan zo naar het ziekenhuis. Voor je controle.' Zijn vrouw draait zich om en kijkt hem met een glimlach aan. 'Ik kom zo', antwoordt ze. Anneke heeft kanker gehad. Maar, heeft de specialist gezegd, 'tegenwoordige sterven mensen niet aan kanker, maar met kanker.'

En dus is het helemaal niet vreemd om met een glimlach wakker te worden op de dag dat je naar het ziekenhuis moet. Hoe anders was het in 1977, toen zijn moeder naar hem toe kwam om te vertellen dat ze kanker had. Hij en Anneke woonden een tijdje in Cambridge, waar Wim werkte aan zijn proefschrift en Anneke zwanger was van hun eerste zoon, Martijn. Het beeld van zijn moeder in die prachtige Engelse bloementuin, snikkend en in paniek, omdat ze nog niet klaar was om te sterven, grijpt hem nog naar de keel. Ze heeft alles geprobeerd, maar de behandeling bleek zinloos.

Maar nu is het anders. Oké, een pretje zal de ziekte nooit worden, en natuurlijk moet je er nog altijd op tijd bij zijn. Maar de overlevingskansen zijn een stuk groter. De tumor van Anneke is bestreden met kleine microbubbels die via de bloedbaan naar de tumor zijn gereisd en hem hebben aangevallen. De zilveren-kogelbehandeling, noemde de arts dit. Inmiddels hoeft Anneke alleen nog maar zo nu en dan langs voor een controle.

Zijn vrouw is niet de enige die het ziekenhuis vaak heeft bezocht. Ook Wim is er een paar keer geweest. Voor zijn hart. Hij heeft een nieuwe hartklep gekregen. Via een klein sneetje in zijn lies, bracht de arts een soort 'parapluutje' in de bloedbaan in. Hoe het precies werkte? Wim heeft geen flauw idee, maar het parapluutje klapte op de juiste plaats in zijn hart uit om voortaan dienst te doen als hartklep.

Terwijl Anneke naar de badkamer loopt, gaat Wim in zijn stoel zitten en zet de tv aan. In beeld verschijnt een lijstje van de producten die op zijn in hun koelkast. De tv vraagt of hij deze opnieuw wil bestellen. Sinds enkele maanden hebben hij en Anneke een 'slimme' koelkast - eentje die bijhoudt wat er op is. Heel handig, maar nu even niet, denkt Wim bij het zien van het lijstje. De boodschappen komen later wel.

Het is namelijk tijd voor zijn half uurtje ochtendgym. En dat mag tegenwoordig vanuit je stoel. Een van de weinige voordelen van bejaard zijn, vindt Wim. 'Hoi Wim', begroet Mohammed - een enthousiaste jongen van wie Wim denkt dat-ie homo is - hem via het grote tv-scherm. Hij ziet dat zijn gymgenoten al ingelogd zijn, om de beurt komen ze even in beeld om te zwaaien. 'Wat is Jan toch dik geworden', denkt Wim, terwijl hij zijn linkerknie en rechterarm tien keer optilt. 'Dat kan hoger Wim', roept Mohammed hem toe. De voormalige hoogleraar heeft nooit van sport gehouden, maar sinds zijn hartklachten moet hij wel. Het voordeel van deze persoonlijke tv-coach is dat hij de deur niet uit hoeft, om naar zo'n naar zweet stinkend zaaltje te gaan. Het nadeel: zodra je te vaak overslaat, word je gebeld om te controleren of het 'wel goed met je gaat'. Wim weet dat de gym voor zijn eigen bestwil is, maar toch.

Net op het moment dat Mohammed de les afsluit, komt Anneke de kamer binnengelopen. Ze heeft haar tijd genomen om zich aan te kleden. En wat ziet ze er toch mooi uit, denkt Wim, als hij haar ziet in haar rode Jacky Kennedy-jurkje. 'Dag Mohammed', roept Anneke, terwijl ze de tv uitzet. 'Kom lief, zullen we gaan', zegt ze tegen haar man.

Het verkeer naar het ziekenhuis zit niet mee. Tegenwoordig duurt het een eeuwigheid voordat de stoplichten voor de auto's op groen springen. Wim weet dat dit de schuld is van zijn leeftijdsgenoten - een politiek machtsblok dat soms de vreemdste dingen op de agenda zet. Zo heeft zijn gemeenteraad de stoplichten voor voetgangers 4 seconden langer op groen gezet. Om de 'rollatormensen' meer tijd te geven om over te steken. 'Wie had ooit gedacht dat de babyboomers ook verantwoordelijk zouden zijn voor deze mijlpaal', zegt Wim geërgerd tegen Anneke, die achter het stuur zit. 'Ik heb gelezen dat New York hier al in 2010 mee is begonnen', antwoordt zij geduldig.

'Gaat het wel goed met je', vraagt Wim even later bezorgd. Hij wijst naar een lampbol op het dashboard, die rood kleurt als de camera's registreren dat je reactiesnelheid te traag is. Ze hebben het apparaatje, dat ontwikkeld is door MIT's AgeLab, onlangs gekregen van hun zoon. Het waarschuwt je als je te moe bent om te rijden, heeft Martijn hun uitgelegd. Zijn zoon was bezorgd nadat Wim een keer in het bosje van de buren was gereden toen hij na een lange dag thuis was gekomen.

'Ik moet koffie hebben', antwoordt Anneke, die niet schrikt van de rode bol. 'Maar we zijn er bijna. Het kan nog wel even.' In de tas van Anneke licht de iPad op. Wim pakt hem, en ziet Julian, zijn kleinzoon in beeld komen.

'Hé opa', zegt de knul van 17, 'zullen we vanavond samen eten?' Is goed, roept Anneke, die bij het zien van de mooie blauwe ogen van haar kleinzoon meteen wakkerder wordt - getuige de lampbol. Ze eten zo'n drie keer per week met elkaar. Niet fysiek, maar met de meal-mate-webcam en het tv-scherm. Zo lijkt het net alsof ze bij elkaar aan tafel zitten. 'Waar zijn jullie eigenlijk naar toe onderweg?', vraagt Julian, die ziet dat zijn opa en oma in de auto zitten.

'Het ziekenhuis, een kankerbezoekje', antwoordt Wim.

'De tumor is toch niet terug?', vraagt Julian.

'Nee, hoor', antwoordt Anneke, 'maak je geen zorgen. Mijn oncoloog zegt dat onze generatie niet sterft aan kanker, maar met kanker.'

'Waaraan gaan de babyboomers eigenlijk nog wel dood?', vervolgt Julian.

Pfff, denkt Wim. 'Ik weet het eigenlijk niet. We hoeven ook niet dood. Ons leven is nog veel te leuk.'

'Wil je winst maken? Dan moet je je ook op ouderen richten'

Wat hem betreft draait de vergrijzing niet om de vraag: wat doen we straks met al die ouderen? Maar om het thema: hoe geven we het leven van morgen vorm? Immers: de grijze golf is niet alleen uniek vanwege de nog nooit eerder vertoonde omvang, maar ook omdat het de babyboomers betreft. Oftewel, een generatie die verantwoordelijk is voor veel uitvindingen en maatschappelijke ontwikkelingen en het niet ziet zitten om net als hun ouders te snel hun onafhankelijkheid op te geven. 'Ze zullen niet snel de autosleutels overhandigen aan hun zoon, omdat ze niet meer kunnen rijden. Maar eerder kiezen voor een auto met allerlei hulpinstrumenten zodat ze wel kunnen blijven rijden.' Zo ontwikkelt het AgeLab onder meer een instrument om de reactiesnelheid van chauffeurs te meten en hen te waarschuwen als deze te traag is.

Niet alleen de omvang van de groep ouderen maakt deze ontwikkeling bijzonder. Ook hun koopkracht maakt de babyboomer interessant. Wat Coughlin betreft kunnen bedrijven het zich niet meer veroorloven om zich alleen te richten op jongeren. 'Vroeger redde je het wel met een focus op alleen twintigers, daar waren er zoveel van. Maar nu kan over het algemeen gezegd worden: wil je winst maken, dan moet je je ook wel op ouderen richten. Veel bedrijven doen dit in stilte al, vooral in de gezondheidssector en de financiële wereld zie je dit.' Dit betekent echter niet dat bedrijven zich te expliciet op senioren moeten richten. 'Niemand koopt een oudemannenproduct. Maar wel producten die ook geschikt zijn voor ouderen.'

En het huis van de toekomst? Dat zal er volgens hem niet heel anders uitzien dan de huidige woningen. 'Ouderen zijn niet bereid om hun hele levensstijl om te gooien. Dus de basis zal hetzelfde zijn, maar daarachter zal veel techniek schuilen.' Jouw tv blijft jouw tv, stelt hij. Maar je kunt er veel meer mee. 'Je kunt de tv als mealmate gebruiken, zodat je tegelijkertijd met je kleinkinderen die elders wonen kunt eten. Als je een broodje roostert, zal je tv je waarschuwen: mevrouw, uw toast is klaar. En je koelkast blijft je koelkast, maar wordt een stukje slimmer. Als een product op is, geeft hij dat door aan de plaatselijke supermarkt, die het vervolgens langs kan brengen.'

Dit is de eerste aflevering van een serie over de kansen die de zilveren economie biedt