U bent hier  » Wadanog » Dries van Agt » Treffen in Gaza

Treffen in Gaza

©Volkskrant 07-10-2011, pagina 9
Reportage: Surrealistisch treffen van voormalige Nederlandse politici

Van Agt neemt oud-ministers mee naar Gaza

ROLF BOS
RAFAH/GAZA

Schijnbaar onvermoeibaar klauteren de vier Nederlandse oud-ministers over de hoge zandhoop. Boven happen zij naar adem en dan volgt een al even steile afdaling in een zandbak waar tientallen Palestijnen grote bakken bouwmateriaal uit een tunnel trekken. ''Dit is bijzonder om te zien', zegt een van hen, Laurens Jan Brinkhorst.

Brinkhorst is met Bert de Vries, Jan Pronk en Dries van Agt op het zuidpuntje van de Gazastrook. Een unheimische stek, vol stof en kapot geschoten gebouwen. Voor het viertal ligt een grijs tentenkamp, waar vandaan tientallen tunnels naar Egypte lopen, smokkeltunnels van een kilometer lengte waardoor bouwmaterialen, brandstof, complete auto's en waarschijnlijk wapens worden aangevoerd.

Van Agt is wéér in het Midden-Oosten. De 80-jarige ex-premier, die zich de laatste jaren een onvermoeibaar voorvechter toont voor de Palestijnse zaak, komt op zijn 'factfinding-missions'op plekken waar officiële Nederlandse delegaties niet langer komen.

Van Agt heeft een aantal politieke vrienden bereid gevonden mee te gaan, op initiatief van zijn stichting The Rights Forum, die zich inzet voor een rechtvaardig Midden-Oostenbeleid. Je zou zelfs kunnen spreken van een kleine reünie van het eerste kabinet-Den Uyl, met Pronk (PvdA) en Brinkhorst (D66).-Het is een ietwat surrealistisch treffen op de zandbergen van Zuid-Gaza, onder de verbaasde ogen van veiligheidsfunctionarissen van Hamas.

Ze bezoeken deze week mensenrechtenorganisaties, praten met vissers die zijn getroffen door de Israëlische blokkade, kijken bij landbouwcoöperaties die zijn opgebouwd op de resten van door Israëliërs achtergelaten - en goeddeels vernielde - plantages.

ministers-in-Gaza.jpg
Een Palestijn geeft uitleg aan (van links af) Brinkhorst, Van Agt, De Vries en Pronk.
Foto Geert van Kesteren

En ze discussiëren onderling over het 'stuitende' pro-Israëlbeleid' van de Nederlandse regering.' Ze kijken uit over de resten van de haven van Gaza-stad, die ooit werd aangelegd met Nederlands geld in de jaren dat Pronk minister voor Ontwikkelingssamenwerking was. Pronk: 'Ik ben nog bij de opening geweest. We hebben ook het vliegveld gefinancierd. Het zou het begin moeten zijn van een nieuw tijdperk.' Het mocht niet zo zijn: haven en vliegveld werden later door de Israëliërs kapot gebombardeerd.'

Pronk en ook Brinkhorst hebben zich sinds de vroege jaren zeventig sterk gemaakt voor de 'Palestijnse zaak, zonder overigens, benadrukt het tweetal, het bestaansrecht van Israël te willen ontkennen. Pronk bezocht de Palestijnse leider Yasser Arafat in 1979, Brinkhorst vroeg in datzelfde jaar als kamerlid om erkenning van de Palestijnse PLO. Saillant: de premier in dat jaar was tegenstander Van Agt.

'Jazeker', zegt Brinkhorst met een ironisch glimlachje, ''Dries heeft op latere leeftijd een geweldige ommezwaai gemaakt. Je zou kunnen opmerken: had hij dat maar eerder gedaan, toen hij nog in het machtscentrum zat.'Van Agt: ''Laurens Jan heeft gelijk. Dat was pas in de jaren negentig, shame on me!'' 'Wil Israël de eigen veiligheid garanderen, wil het mettertijd zijn democratische gehalte behouden', zegt Brinkhorst, 'dan zal het snel moeten meewerken aan de vorming van een Palestijnse staat. 'Het kan nog, maar het moet niet te lang duren.''

Jan Pronk is vrij somber gestemd. 'Israël wordt niet gedwongen stappen te zetten zolang het kan rekenen op Amerikaanse steun. En het wordt er niet beter op.''Later op de dag volgt een toevallige ontmoeting met Palestijnen die onder de schaduw van de Israëlische muur wonen, mensen met de bittere verhalen van alledag. De Nederlandse oud-politici luisteren enigszins beschaamd naar een vrouw, die zegt: ''Jullie vertrekken straks weer. Wij niet, wij zitten vast.''