Windmolens gaan het klimaat niet redden

Hoe de klimaatdoelen van Parijs ooit gehaald moeten worden, bespreken 200 landen momenteel op de klimaattop in het Poolsed Katowice. Bestenaar Maarten van Andel concludeerde het al in zijn nieuwe boek 'De Groene Illusie': de huidige maatregelen zijn volstrekt onvoldoende.
LILIAN DOMINICUS

In 2015 werden in Parijs mooie doelstellingen afgesproken over hoe de wereld de klimaatverandering zou tegengaan. In Katowice is nu de vraag aan de orde hoe dat moet gaan gebeuren. De klimaattop is extra onder druk komen staan door nieuwe onderzoeken waaruit blijkt dat sinds Parijs wereldwijd de uitstoot van C02 door fossiele brandstoffen alleen maar is gestegen. Ook Nederland loopt ver achter bij de doelstellingen, bleek woensdag uit een onderzoek van drie gerenommeerde bureaus.

Maarten van Andel uit Best kijkt er niet van op. Hij volgt de discussie op de voet. Zijn boodschap: reken niet op windmolens, zonnepanelen en elektrische auto's als het gaat om het redden van het klimaat op aarde. Ze brengen ons niet dichterbij de milieudoelstellingen.

Net voordat Van Andel in oktober directeur van het opleidingsinstituut Toegepaste Natuurwetenschappen van Fontys Hogescholen in Eindhoven werd, zette hij op een rij wat er nu eigenlijk waar en niet waar is op het gebied van duurzame energie. De van huis uit scheikundig ingenieur had de tijd om zich eens grondig te verdiepen in een onderwerp waarover hij zich al jaren verwonderde: het klimaat en energie. Hij ging rekenen met cijfers uit allerlei onderzoeken en statistieken.

,,Ik hoor en lees steeds meer dingen die mij het ongemakkelijke gevoel geven dat er iets niet klopt", zo schrijft hij op de binnenkaft van zijn boek De Groene Illusie, dat net is verschenen.

En, was het gevoel juist?

,,Ik schrok van het resultaat van mijn onderzoek. We komen niet eens in de buurt van de gestelde doelen. De maatregelen die nu worden genomen helpen een beetje, maar zijn niet effectief genoeg. De groene industrie en klimaatactivisten hebben moeite om feiten en fictie uit elkaar te houden.''

In zijn boek neemt Van Andel het onder meer op tegen de windmolens. Hij cijfert voor dat deze helemaal niet zoveel energie opleveren als wel eens wordt gesuggereerd. Zo zijn om één trein te laten rijden vier windmolens nodig, om één vliegtuig te laten vliegen 33. Als we alle huidige elektriciteit in Nederland voor huishoudens, vervoer, landbouw en industrie met windenergie willen oppakken, zijn volgens zijn berekeningen 18.000 windmolens nodig.

,,Ofwel een kuststrook van negen kilometer breed van Cadzand naar Delfzijl, alle duinen en stranden inbegrepen. En dat is alleen nog maar het huidige elektriciteitsverbruik, slechts 20 procent van ons totale energieverbruik'', zegt Van Andel. ,,Het probleem is, als het gaat om energie hebben mensen geen idee wat de verhoudingen zijn.''

Over zonnepanelen bent u milder. U ziet ze ook als een van de oplossingen voor het klimaatprobleem. Waarom is dat?

,,Ze doen het vele malen beter dan windmolens. De sterke punten zijn dat ze geen bewegende onderdelen hebben en dus onderhoudsarm zijn. Je kunt ze kleinschalig toepassen, zoals op daken van huizen.''

Toch ziet Van Andel ook hier belangrijke nadelen: het vergt veel energie om silicium voor zonnepanelen te winnen uit zand, voor de productie is een chemische reactie vereist waarvoor weer steenkool nodig is en voor grootschalige toepassingen zijn ze invasief. ,,Als we al het wegverkeer zouden elektrificeren en op zonne-energie willen laten rijden, zouden we daarvoor vier keer zoveel oppervlak nodig hebben dan wat we aan asfalt hebben liggen op onze tienduizend kilometer aan rijks- en provinciewegen.''

Maar elektrische auto's zijn ook niet de oplossing waar we naar moeten zoeken, schrijft u.

,,Het lijkt erop dat de overheid in hokjes denkt. De redenering is dat het traditionele autoverkeer CO2 uitstoot en dat dus elektrische auto's de oplossing voor het milieuvraagstuk zijn omdat er geen CO2 uit de uitlaat komt. Maar je moet naar het totaalplaatje kijken. Die elektrische auto rijdt uiteindelijk gewoon op kolen, dat bij verbranding CO2 uitstoot. Uit het stopcontact waar zo'n auto wordt opgewekt komt echt niet alleen duurzaam opgewekte stroom.''

Tenzij de energiebedrijven ervoor kunnen zorgen dat ze honderd procent groene stroom leveren, toch?

,,Dat is een van de misvattingen waar ik tegenaan ben gelopen. Energiebedrijven als Energiedirect en Greenchoice doen het voorkomen alsof zij 100 procent groene stroom leveren. Maar dat kan helemaal niet, want er is te weinig groene stroom. De huidige situatie in Nederland is dat 9 procent van alle elektriciteit uit wind- en 2 procent van zonne-energie komt. Ook van de overheid komt informatie die niet altijd klopt. Volgens de Europese Unie hoeft het bijstoken van biomassa als houtpellets in elektriciteitscentrales niet te worden meegerekend in de totale CO2-emissie. De redenering is dat de CO2 uit houtpellets weer wordt opgenomen door groeiende bomen. Dat gaat echter alleen op wanneer de bomen waarvan we houtpellets maken net zo snel groeien als dat wij ze verbranden. Cijfers hebben allang aangetoond dat op deze manier netto meer CO2 wordt uitgestoten, maar de EU en onze eigen regering houden daar stug in vol. We moeten onmiddellijk stoppen met het verbranden van biomassa.''

De oplossingen die u in uw boek beschrijft zijn op zijn minst controversieel. De auto-industrie aanpakken bijvoorbeeld, terwijl de luchtvaart er verrassend genoeg amper van langs krijgt.

,,Als ik EU-commissaris was en ik moest ervoor zorgen dat de klimaatdoelstellingen werden gehaald, zou ik een top 5 maken met daarin de belangrijkste veroorzakers van CO2-emissie. De luchtvaart zit er niet in, de auto wel. Die stoot wereldwijd vijfmaal zoveel CO2 uit als het vliegtuig, evenveel als de staal- en cementindustrie bij elkaar.''

De auto-industrie moet volgens u worden gedwongen het maximaal motorvermogen van personenwagens af te bouwen. Maar kan dat technisch wel, van een gemiddelde van 50pk naar 15 pk, ofwel een top van 120 kilometer per uur, gaan?

,,Ja, dat kan, zeker als het geleidelijk gaat. En we besparen dan écht iets, terwijl de economische consequenties beperkt blijven. Je rijdt namelijk nog steeds auto en kan nog steeds in anderhalf uur van Eindhoven naar Amsterdam rijden. We hebben eenzelfde traject gevolgd met de gloeilamp-industrie. Het is onbegrijpelijk dat de EU dit nog niet heeft geregeld met de auto-industrie. Van alle technische maatregelen is het effect van deze heel groot. Maar Audi, Mercedes en Volkswagen willen dat niet en dus wil Angela Merkel het niet en dus gebeurt er niets.''

U pleit ook voor het heroverwegen van kernenergie. Dat is koren op de molen van uw oud-dorpsgenoot Klaas Dijkhoff, die daar vorige maand ook een lans voor brak.

,,De discussie heeft religieuze proporties aangenomen. GroenLinks kan na al die jaren roepen: 'kernenergie is fout' nu niet meer zeggen: 'misschien is het toch een goed idee'. Kernsplijting produceert geen CO2, anders dan bij zonne- en windenergie zijn vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en uranium is er nog voor eeuwen. Ja, we hebben nog geen goede oplossing voor het langdurig hoogradioactief afval dat kernenergie produceert. Maar de voordelen en de potentie van kernenergie zijn zo groot dat die niet op principiële gronden in de ban moet worden gedaan.''

Afgezien van deze politieke discussie, kernenergie zou volgens sommige criticasters ook gewoon te duur zijn.

,,Zonder overheidssubsidies zou ook niemand windmolens of zonnepanelen kunnen plaatsen. We zullen moeten investeren, we zullen ook met zijn allen offers moeten maken. Maar niet alles hoeft zoveel geld te kosten en sommige dingen kunnen direct geregeld worden. Slimme mobiliteit wordt vaak vertaald naar het ontmoedigen van autoverkeer, maar kan beter beginnen bij het laten rijden van al bestaande auto's met een gematigde snelheid in plaats van ze hard op te laten trekken en af te remmen. Waarom heeft Eindhoven bijvoorbeeld de groene golven over de hele ring afgeschaft? Waarom reageren stoplichten niet intelligent op actuele verkeersstromen?''

De Groene Illusie door Maarten van Andel, uitgeverij Dialoog, ISBN 9789461263094, 19,50 euro.